Didactische structuren

Zoals eerder vermeld, laat coöperatief leren kinderen meestal in tweetallen of in viertallen samenwerken door middel van coöperatieve werkvormen die we didactische structuren noemen. De leerkracht kijkt naar het lesdoel en zoekt daar dan de passende structuur bij.

Door nu een aantal werkvormen te beschrijven, hopen we dat er een duidelijker beeld ontstaat over hoe coöperatief leren in de praktijk in z'n werk gaat. Daarbij kunnen we uiteraard niet alle werkvormen beschrijven. De meeste structuren kunnen op meerdere vakgebieden worden toegepast dus zowel bij rekenen maar ook bij taal, wereldoriëntatie, enzovoort. Bij de voorbeelden wordt een structuur meestal voor één vakgebied beschreven.

We beginnen in groep 1 al met de eerste structuren waarbij meteen gezegd moet worden dat niet iedere structuur geschikt is voor de kleuters. Te denken valt dan meteen aan structuren waarbij geschreven dient te worden.

Voorbeelden van didactische structuren

Denktijd
Bij iedere les/opdracht gebruiken we denktijd. De leerkracht stelt een vraag en de leerlingen mogen variërend van een aantal secondes tot één à twee minuten actief nadenken over de vraag. Het meteen opsteken van vingers is er dan niet bij. Op deze manier krijgen ook de minder snelle kinderen en verlegen kinderen de kans om een antwoord te bedenken en te geven. Na denktijd vindt vervolgens uitwisseling in tweetallen of binnen de teams plaats. Iedere leerling weet dat er zo dadelijk ook een inbreng van hem verwacht wordt. Hij zal dan ook actief gaan nadenken. Komt de leerling echt niet op een antwoord, dan mag hij geholpen worden door zijn maatje en/of teamgenoten. Het geeft voor dit kind dan een veilig gevoel, dat als de vraag klassikaal terug gepakt wordt, ook hij het antwoord op de vraag weet.

Tweepraat
Voorbeeld bij het vakgebied taal
Na het stellen van een vraag geeft de leerkracht denktijd zodat iedereen de kans krijgt om over het antwoord na te denken. Na de denktijd wisselen de kinderen in tweetallen om de beurt hun antwoorden uit, bijvoorbeeld: bedenk 3 woorden met de korte ei, welke spellingregel pas je toe bij het woord "paard".

Quizvragen
Voorbeeld bij het vakgebied rekenen
Alle kinderen krijgen een kaartje met op de voorkant een tafeltjessom. Op de achterkant staat de uitkomst. De kinderen lopen door de klas en vragen aan elkaar de tafeltjessom die ze op hun kaartje hebben staan. De uitkomst wordt gecontroleerd, ze wisselen van kaartje en gaan naar een ander kind. Een zeer intensieve vorm van oefenen ten opzichte van klassikale beurten.

Schud en pak
Voorbeeld om elkaar als team goed te leren kennen (een zogenaamde teambouwer)
Op ieder tafelgroepje ligt een stapeltje kaartjes met daarop algemene vragen over het weekend. Om de beurt draaien de teamleden een kaartje om en lezen de vraag voor. Ieder teamlid beantwoordt vervolgens de vraag. Bijvoorbeeld: wat is het leukste TV-programma dat je dit weekend gezien hebt, wat waren de leukste dingen die je dit weekend gedaan hebt?

Dobbelen
Voorbeeld bij het vakgebied begrijpend lezen
Ieder groepje krijgt een blad met daarop 6 plaatjes en een dobbelsteen. De kinderen gooien om en om met de dobbelsteen. Gooit een kind een drie dat vertelt hij/zij iets over het plaatje waar de dobbelsteen met drie ogen opstaat. Kleuters laat je het gegooide plaatje benoemen of er een zin bij maken. Bij de oudere groepen laat je de kinderen een verhaal maken. De kinderen moeten dan aansluiten bij wat hun voorganger verteld heeft.

In de rij
Voorbeeld bij het vakgebied taal
De kinderen gaan op volgorde van het alfabet staan op basis van hun voornaam.

Voorbeeld bij het vakgebied rekenen
De kinderen gaan bijvoorbeeld op volgorde van hun eigen lengte staan. Of ieder kind heeft een kaartje in de hand met daarop een cijfer of een tijdstip. Ze gaan op volgorde staan van klein naar groot, vroeg-laat. Ze moeten hierover in onderling overleg.

Mix en koppel
Voorbeeld bij kleuters
Elke kleuter heeft een kaartje in de handen met daarop een afbeelding. De kleuters lopen door de klas en vertellen elkaar wat ze op het kaartje hebben staan. Ze wisselen van kaartje en vertellen weer aan het volgende kind. Dit is het mixen. Op een teken van de leerkracht gaan de kinderen koppelen. D.w.z. kinderen zoeken hun maatje waar ze bij horen bijvoorbeeld de een heeft de kop, de ander heeft de schotel, de een heeft het mes, de ander heeft de vork. Tenslotte wordt er gekeken of er goede koppels gemaakt zijn.

Voorbeeld in de bovenbouw, bij het vakgebied topografie
Ieder kind heeft een kaartje met daarop of een land of een hoofdstad. De kinderen mixen d.w.z. vertellen elkaar over wat ze op het kaartje hebben staan, ruilen van kaartje en vertellen aan het volgende kind.
Op een teken van de leerkracht koppelen de kinderen d.w.z "land en bijhorende hoofdstad" gaan bij elkaar staan.

Wie ben ik
Voorbeeld om de sfeer in de klas te verbeteren zodat kinderen zich veiliger en prettiger voelen (een zogenaamde klasbouwer)
Ieder kind krijgt op de rug een kaartje met daarop de naam van een persoon, bijvoorbeeld een sprookjesfiguur. Zelf weten ze niet wie er op hun rug staat. De kinderen lopen door de klas en door vragen te stellen proberen ze erachter te komen wie erop het kaartje staat. Deze activiteit zorgt voor veel plezier!

Laat zien
Voorbeeld bij het vakgebied taal
De kinderen zitten in hun tafelgroepje. Elk tafelgroepje krijgt kaartjes met hierop woorden (bijvoorbeeld van het woordpakket). Om de beurt leest elk kind een woord, de anderen schrijven het op. De lezer zegt "laat zien" en controleert of de anderen het woord goed geschreven hebben. Vervolgens leest nummer twee van het groepje het volgende woord, de anderen schrijven enzovoort.

Tweetal coach
Voorbeeld bij het vakgebied rekenen
De kinderen hebben samen één blaadje of schrift en werken met hun schoudermaatje. Eén leerling maakt een som en verwoordt hardop hoe hij de som oplost. De andere leerling begeleidt en helpt als er een denkfout wordt gemaakt. Vervolgens worden de rollen omgedraaid. Nadat ieder kind een tweetal sommen heeft gemaakt gaan de kinderen zelfstandig aan de slag.

Dit was slechts een handje vol voorbeelden maar we hopen dat U na het lezen van bovenstaand verhaal een duidelijker beeld heeft gekregen van coöperatief leren, wat het inhoudt en waarom wij ervoor gekozen hebben.

Zowel kinderen als leerkrachten zijn enthousiast over coöperatief leren. We kunnen met deze methode nog meer variëren in werkvormen om de leerdoelen te bereiken. Dat betekent meer tegemoet komen aan de behoeften en mogelijkheden van kinderen,veel van en met elkaar leren en dus meer betrokkenheid, motivatie en plezier. Coöperatief leren is één van de vormen die bijdragen aan boeiend onderwijs!

Natuurlijk kan een stuk tekst zoals hier geschreven maar ten dele de praktijk overbrengen! Vraag het daarom gerust aan “de doeners” zelf dat wil zeggen de kinderen en de leerkrachten.
Bij vragen kunt U ook altijd terecht bij Diana Vaessen, coördinator schoolontwikkeling OBS Harlekijn.