Hoe coöperatief leren in de praktijk in zijn werk gaat, zullen we hieronder beschrijven voornamelijk door het geven van voorbeelden.
Om het reilen en zeilen zeker tijdens het samenwerken goed te laten verlopen is goed klassenmanagement nodig. Dit noemen we coöperatief management.
Stilteteken
We hanteren het stilteteken om de groep zo snel mogelijk stil te krijgen. Op deze manier gebruiken we de leertijd zo optimaal mogelijk.
Het stilteteken ziet er als volgt uit: De leerkracht steekt één hand omhoog eventueel voorafgegaan door een klap. De kinderen nemen dit teken over en stoppen op deze manier met praten én doen.
Inrichting van het lokaal
De klas moet zo ingericht zijn dat men zoveel mogelijk, bijvoorbeeld het bord en medeleerlingen in één oogopslag goed kan zien.
De tafels staan meestal in een groepjes van 4, twee aan twee met de assen richting het bord. Zo kan iedereen het bord goed zien en snel met elkaar samenwerken d.w.z. als schoudermaatje met het kind dat naast je zit of als het oogmaatje met het kind dat tegenover je zit. Op deze manier ontstaat er veel gestructureerde communicatie.
Zo'n tafelgroepje noemen we een team. Een team bestaat dus in het meest ideale geval uit een groepje van 4 kinderen. Na iedere vakantie worden er nieuwe teams gemaakt zodat de kinderen elkaar zo goed mogelijk leren kennen en zo optimaal van en met elkaar kunnen leren.
Binnen elk team heeft iedere kind een teamnummer, van 1 t/m 4. Deze nummers worden vaak gebruikt bij het samenwerken.
Materiaalvoorziening
Om zo efficiënt mogelijk te werken en kinderen mede verantwoordelijk te laten zijn voor materiaal wordt er gewerkt met een teamdoos. Op iedere tafelgroep staat een teamdoos waarin materiaal zit dat vaak gebruikt wordt zoals viltstiften, scharen, plaksel, losse blaadjes.
Daarnaast wordt er per groepje gewerkt met een materiaalchef die materiaal uitdeelt en ophaalt. De materiaalchef draagt ook zorg voor de materialen in de teambak.
Stemvolume
We werken met 3 soorten stemmen om tijdens het samenwerken zo min mogelijk last van elkaar te hebben.
• De klasstem: dit is de stem die je gebruikt als je verstaanbaar moet zijn voor de hele klas;
• De teamstem: dit is de stem die je gebruikt als je verstaanbaar moet zijn binnen je team. Deze is dus zachter dan de klasstem;
• De liniaalstem: Dit is de stem die je gebruikt als je met z'n tweeën werkt. Dit is dus bijna fluisteren.
Klassenregels
Last but not least zijn er duidelijke klassenregels nodig. Iedereen moet weten wat mag en wat niet mag om in een fijne klassensfeer te kunnen werken. We proberen de regels samen met de leerlingen te formuleren op een positieve manier dus niet "we storen elkaar niet" maar wel "we helpen elkaar".